Verkeerde afslag

Image68Hoe lang de mens al op deze aardbol rondloopt is afhankelijk van welke menssoort je als beginpunt neemt. Homo sapiens bestaat al zo’n 200.000 jaar, maar als je al zijn voorgangers meetelt kom je uit op ruim 2 miljoen jaar. Gedurende die 2 miljoen jaar bevond het merendeel van onze planeet zich in opeenvolgende ijstijden.

De eerste vraag die zich aandient is: als ons nu wordt verteld dat we onze voeding hoofdzakelijk op groenten en fruit moeten baseren, waar haalden we dan deze plantaardige voeding vandaan? De mens beschikt niet over het natuurlijke gereedschap om plantaardige voeding onder sneeuw en ijs vandaan te halen. Plantenetende dieren hebben dit wel in de vorm van hoeven en slagtanden. Het was voor ons dan ook een stuk makkelijker om deze prooidieren al het werk te laten doen en hier vervolgens op te jagen. Dit zien we natuurlijk ook in grottekeningen terug, we zien de mensen daarin geen besjes plukken!

In alle eerlijkheid heeft de mens van zichzelf ook geen aangeboren wapens, van nature zijn we vrij hulpeloos. Deze hebben we verzonnen en maakten we van steen en van diverse metalen. Waar kwam de intelligentie vandaan om dit te kunnen doen? Door de consumptie van dierlijke vetten en eiwitten. Dit heeft ons slim gemaakt en we hebben evolutionair gezien overduidelijk meer geïnvesteerd in intelligentie dan in spijsverteringscapaciteit. In warmere klimaten viel er veel meer plantaardig voedsel te verzamelen voor de mens, maar ook daar zie je dat men traditioneel op prooidieren joeg.

Dus hoe slim is het om deze warmere, zuidelijk gelegen gebieden te verlaten en te trekken naar het veel koudere noordelijk halfrond, waar men de nodige energie moest besteden aan de jacht en ook nog bittere kou moest trotseren? Het antwoord is: men liep achter het vet aan! Hoe kouder het klimaat, hoe groter en hoe vetter de prooidieren. Het mag een groot natuurlijk wonder genoemd worden dat plantenetende dieren in tijden van voedselschaarste als gevolg van kou juist heel groot en vet worden. Kennelijk werkt het bij deze planteneters andersom: zij hebben evolutionair geinvesteerd in spijsverteringscpaciteit en niet in hersencapaciteit.

Het was voor de mens dus wel degelijk de moeite waard om op dergelijke grote dieren te jagen in de kou. Het leverde ons een voedselbron op die ons op de lange termijn van energie en bouwstoffen kon voorzien, de huiden hielden ons warm en de dieren hadden kant-en-klare omzettingen gemaakt van plantenstoffen die voor ons mensen ultiem opneembaar zijn, zoals bijvoorbeeld de dierlijke vitamines A en B12, maar ook carnitine en creatine, die specifiek naar vlees zijn vernoemd (‘carne’ is Latijn  en ‘kreas’ is Grieks voor ‘vlees’). Een dierlijke omzetting die veel minder bekend is, is de vetoplosbare vorm van vitamine C, ascorbylpalmitaat, waarbij ascorbinezuur (wateroplosbare vitamine C) zich bindt aan het verzadigd vetzuur palmitinezuur. En wat te denken van chole-sterol, dat niets meer is dan plantensterolen die door een gal (‘chole’) zijn gegaan voor de vertering?

Heel lang ging dit goed en werden we alsmaar intelligenter, waardoor we hoogstaande culturen ontwikkelden met zeer imposante bouwwerken. Maar ongeveer 10.000 jaar geleden hebben we evolutionair gezien een verkeerde afslag genomen. We hebben het over het neolithische tijdperk, waarin de aarde opwarmde en de sneeuw en het ijs opdroogde en vruchtbaar land achterliet. We hoefden niet langer als nomaden achter plantenetende kuddes aan te lopen, we konden nu de dieren temmen en veehouders worden. Omdat we nederzettingen op één plek vestigden, leerden we ons plantaardige voedsel ook zelf verbouwen en werden we landbouwers.

Ineens kwamen graszaden in beeld, zoals granen. Dit is een bron van zetmeel, een koolhydraat en een suiker, en dit week regelrecht af van de dierlijke vetten en eiwitten die we voor die tijd altijd hadden geconsumeerd. Melk was eveneens een nieuw product, maar dit was een vloeibare voortzetting van de dierlijke vetten en eiwitten die we voorheen altijd hadden geconsumeerd. Bovendien vormt melk (in rauwe, onbewerkte vorm) de bouwsteen van vlees. Het werkelijke probleem werd gevormd door de granen. Uit studies van de fossiele resten die de mens zowel in het paleolitische als in het neolithische tijdperk heeft achtergelaten kunnen we opmaken dat granen echte mineraalrovers zijn. Ineens zijn er onder de graneneters problemen met de bot- en skeletstructuur, zoals tandbederf, osteoporose, rachtitis (Engelse ziekte) en een dunnere en kleinere schedel (granen maken ook dommer!), maar ook artritis, reuma en diabetes, problemen die voorheen bij jager-verzamelaars niet speelden. Let wel, het betreft hier biologisch geteelde, volle granen! Vandaag de dag weten we dat fytinezuur, een antinutriënt in het vlies (kaf) van graszaden, mineralen en enzymen aan zich bindt  Ook zien we agressiever, oorlogszuchtiger gedrag – de eerste wereldrijken ontstonden ongeveer 8.000 jaar geleden en slavernij was eveneens een nieuw verschijnsel.

Alsof de consumptie van granen nog niet verkeerd genoeg was als afslag op ons evolutionaire pad is zo’n 2.000 jaar geleden ook nog het vegetarisme ontstaan als spiritueel voedingspatroon. Van het begin af aan wist men al dat vegetarisme onvruchtbaarheid bevordert, maar voor spiritueel ingestelden, zoals monniken, was dit geen probleem, eerder een zegen. Je werd immers niet gehinderd door vleselijke lusten en dat komt goed van pas als je een verbinding aangaat met Het Hogere. Als je een huwelijk sluit met God hoef je geen kinderen op de wereld te zetten en plantaardige voeding voedt ook nog eens de hogere chakra’s. Goed geregeld, toch? Er zijn ook bepaalde kruiden die het libido onderdrukken, zoals vitex agnus castus, ook wel ‘monnikspeper’ genoemd omdat monniken dit kruid specifiek gebruikten om hun aardse lusten te bedwingen.

pyramid_scheme_100295De hedendaagse Schijf van Vijf is gebaseerd op voedingsrichtlijnen die zijn komen overwaaien uit Amerika. Daar kent men de zogenaamde ‘Food Pyramid’. De grondleggers van deze voedselpyramide – die zoals je ziet vanwege de vele koolhydraten uit granen ook tot mensen leidt met dezelfde lichaamsvorm – waren John Harvey Kellogg, bekend van Kellogg’s cornflakes, en Sylvester Graham, in Amerika bekend van de ‘Graham crackers’. Beiden hadden een obsessie met kuisheid. Om de ‘zonde’ van masturbatie tegen te gaan, stond Kellogg zelfs besnijdenis zonder verdoving voor van jongens en verminking van de clitoris van meisjes met carbolzuur, een uiterst bijtend goedje dat ook bekend staat als fenol. Om de ‘lusten’ te bedwingen, diende men er een strikt veganistisch voedingspatroon op na te houden dat rijk was aan zemelen. Kellogg en Graham waren op de hoogte van het feit dat een verminderd libido en zelfs impotentie en onvruchtbaarheid het gevolg waren van de chronische eiwit- en vettekorten onder veganisten.

Vandaag de dag bevorderen westerse overheden nog altijd een onvruchtbaarheidsbevorderend  (semi)vegetarisch voedingspatroon middels moderne voedingsrichtlijnen, die zich keren tegen verzadigd vet en cholesterol, op basis van de nooit wetenschappelijk bewezen aanname dat verzadigd vet en cholesterol uit dierlijke bron neerkomt op een hartaanval op je bord. We zitten nog steeds op de verkeerde afslag en we beseffen kennelijk niet dat we ons richting de afgrond begeven. De huidige raw food en superfood-rage is niet veel meer dan een veganistische substroming. Hieronder de eerste betweterige veganist. Laten we hopen dat we er niet te veel van gaan krijgen. Aan de andere kant zijn ze binnen drie generaties toch uitgestorven!

Richard Nikoley denkt er als volgt over (mijn vertaling):

Veganisme in het algemeen is een recent menselijk fenomeen dat neerkomt op een massaal voedingsexperiment, dat meer zijn basis heeft in ideologie, sentiment en mythes dan in biologie, fysiologie en voedingsleer. Veganisten gaan, net als veel westerse religies, uit van hun eigen versie van de leer van de Erfzonde.

Ze proberen je wijs te maken dat je van nature schuldig bent. Je bent gek op de smaak en geur van gebraden dierenvlees en dat maakt je tot een verdorven persoon. Veganisten offeren hun hunkering naar het eten van vlees op voor ‘hogere idealen’ – alsof er een hoger ideaal zou bestaan dan menselijk leven op aarde, zoals de natuur het heeft bedoeld.

Ik wil jullie ook onderstaande uitspraken van de Amerikaan Anthony Bourdain niet onthouden.

AnthonyBourdain

Voor iedere zichzelf respecterende chefkok vormen vegetariërs, en hun Hezbollah-achtige splintergroepering, veganisten, een voortdurende bron van ergernis. Zonder kalfsbouillon, reuzel, worst, orgaanvlees, fond of zelfs stinkkaas is er voor mij geen leven. Vegetariers zijn de vijanden van alles wat goed en fatsoenlijk is aan de mensheid, een belediging van alles waar ik voor sta, het pure genot van voedsel. Deze waterhoofden beweren dat het lichaam een tempel is die niet dient te worden besmet met dierlijke eiwitten. Ze hameren erop dat het gezonder is, alhoewel elke vegetarische ober(in) waar ik ooit mee gewerkt heb bezwijkt aan ook maar het gerucht van een verkoudheid.

Bacteriën worden het makkelijkst overgebracht via de verwerking van rauwe, ongekookte groenten, vooral tijdens het wassen van saladegroenten en bladgroenten. Denk daar dus maar eens aan de volgende keer dat je diepe tongzoenen uitwisselt met een vegetariër.

Wat voorstanders van vegetarisme maar niet schijnen te begrijpen is dat een groot gedeelte van de wereld noodgedwongen vegetarisch is. En men is daar allesbehalve blij mee.