Plantaardige en vlezige praatjes

Laat ik meteen met de deur in huis vallen: ondanks alle verschillende diëten die er bestaan, is er maar één voedingspatroon waar alle mensen op gedijen. In dat opzicht verschillen we niet van dieren. Er bestaan in verschillende delen van de wereld bruine beren, grizzlyberen en ijsberen. Toch eten deze beren allemaal in essentie hetzelfde, namelijk dat wat goed is voor beren. Afhankelijk van het ecosysteem en het klimaat waarin ze zich bevinden maken ze verschillende keuzes, maar in essentie eten beren allemaal hetzelfde. Niemand die zich bezighoudt met het bloedtype of het metabolische type van beren. Beren eten gewoon wat beren moeten eten, net als alle andere diersoorten die op meerdere plaatsen ter wereld voorkomen. Hetzelfde geldt voor de mens. Om te bepalen welke voeding wel en niet goed is voor de mens moeten we eerst kijken naar het voedsel waar hij evolutionair op ingesteld is.

Er is namelijk wel degelijk een objectieve meetlat waarlangs je mijn woorden over voeding, maar ook die van anderen, kunt leggen, zodat er hierover nooit meer enige twijfel of verwarring kan bestaan. Deze maatstaf is: bestaat er een traditie en historie van vele duizenden jaren van consumptie van bepaalde voedingsmiddelen en zijn deze aantoonbaar bevorderlijk geweest voor de gezondheid, vruchtbaarheid en voortplanting van de mens?

Westonaprice2De Amerikaanse onderzoeker Weston Price bestudeerde volkeren wereldwijd die vele duizenden jaren overgeleverde voedingswijsheid vertegenwoordigden. Ik vraag slechts om vijf generaties. Geef mij één volk dat vijf achtereenvolgende generaties op hetzelfde voedingspatroon in goede gezondheid verkeert en ik geloof dat dit soort eten gezondheid bevordert.

Negeer alles wat je de laatste pakweg zestig jaar is wijsgemaakt over voeding door zowel de reguliere als de alternatieve ‘deskundigen’. Luister niet naar reguliere diëtistes met overgewicht of naar uitgemergelde rauwe veganisten. Regel nummer één: neem nooit gezondheidsadvies aan van iemand die zelf niet gezond is. We moeten weer leren kijken naar de voeding die ons vele honderden en zelfs duizenden jaren in goede gezondheid in leven heeft gehouden. We moeten daarvoor veel verder terugkijken dan de laatste zestig jaar. Het gaat om voeding met eeuwigheidswaarde.

bottenknager, melkmuil of allebei?

Om bovengenoemde reden is vandaag de dag een groeiend aantal mensen voorstander van het holenmensendieet, beter bekend onder de Engelstalige naam ‘Paleolithic Diet’, in het Nederlands ‘Paleolitisch Dieet’ of ‘Paleo Dieet’ genoemd.
De gedachtengang hierachter is dat ons spijsverteringsstelsel niet verder is geëvolueerd dan het Stenen Tijdperk en de logische conclusie is dan ook dat onze optimale voeding dezelfde is als die van de mens uit het Stenen Tijdperk. Dat klinkt erg logisch, maar wat at die mens dan?

Uit fossielen blijkt dat deze mens in ieder geval een vleeseter was. De aanhangers van het Paleo Dieet erkennen echter ook dat de mens uit het Stenen Tijdperk tevens een groente-, fruit- en noteneter was.
Volgens deze theorie horen neolitische voedingsmiddelen als granen en melkproducten niet tot ons traditionele eetpatroon, aangezien we pas zo’n 10.000 jaar geleden landbouw zijn gaan bedrijven en dus melkvee gingen houden en graan gingen verbouwen.

Ironisch genoeg zijn het eiwitten als gluten van granen en caseïne in melk die vandaag de dag zoveel spijsverteringsproblemen geven bij een groeiend aantal mensen. Dit suggereert dat de aanhangers van het Paleo Dieet gelijk hebben met hun stelling dat neolitische voedingsmiddelen als graan en melk niets te zoeken hebben in onze hedendaagse voeding. Toch zit dit verhaal wat genuanceerder in elkaar. Hoewel ik minder enthousiast ben over granen, kun je in zijn algemeenheid zeggen dat in de afgelopen ruim 10.000 jaar zowel granen als melkproducten wel degelijk hun nut als voedingsmiddelen hebben bewezen, maar dat het eerder moderne bewerkingsmethodes zijn die ten koste zijn gegaan van traditionele bewarings-, bewerkings- en bereidingsmethodes van deze voedingsmiddelen en het dus niet noodzakelijk aan de producten zelf ligt.

De mens is namelijk evolutionair ingesteld op enzymrijke en mineraalrijke voeding. De juiste melk- en graanproducten zijn dat wel degelijk ook. De lactose- en glutenintoleranties van vandaag de dag zijn een relatief nieuw verschijnsel.
Denk je dat Hippocrates dit niet had opgemerkt in zijn tijd? Waarom schreef hij rauwe melk voor om mensen te genezen van allerlei kwalen? Er bestaat een eeuwenlange geneeskrachtige traditie waarbij het drinken van rauwe melk succesvol is toegepast.

Het probleem is dat we vandaag de dag in de wetenschap ons uitsluitend bezighouden met dode materie, waardoor de ‘levensvonk’ in de voeding verdwenen is. We doden melk door verhitting en we ontkiemen of fermenteren de granen niet meer, zoals vanouds. Dáár zit het probleem en nergens anders. Zelf drink ik dagelijks rauwe melk of rauwmelkse kefir en dit gaat met geen enkele allergische reactie gepaard.

Als kind dronk ik veel magere, gepasteuriseerde melk en hield daar juist veel gezondheidsklachten aan over. Vandaag de dag zou ik daarom bij de dokter bekend staan als ‘lactoseintolerant’.
Toch drink ik nu probleemloos rauwe melk en dezelfde witte drank die mij vroeger zieker maakte, maakt mij nu juist gezonder. De zogenaamde ‘lactoseintolerantie’ is vaak eerder een intolerantie tegen het pasteuriseren en homogeniseren van de melk en dus een zeer zuivere reactie van je lichaam! Hoe verklaar je anders dat bij mij en vele anderen de ‘lactoseintolerantie’ als sneeuw voor de zon verdwijnt wanneer onbewerkte, volvette melk gedronken wordt? Het lichaam verdraagt alleen volwaardige voeding en geen onvolwaardige als gevolg van allerlei onnatuurlijke bewerkingen. Een koe die halfvolle of magere melk geeft, is een zieke koe, dus waarom moeten wij zo nodig die melk afromen? Denken wij het beter te weten dan de natuur?

Ik moet vaak mijn rauwe melkconsumptie verdedigen tegenover het argument dat de mens de enige soort is die nog melk drinkt na de zoogperiode en dan ook nog melk van een andere soort. Het staat iedereen vrij om om die reden geen melk te drinken, maar vanuit een voedingsoogpunt is dit standpunt onhoudbaar. Ik kan werkelijk niet genoeg zeggen over de helende aspecten van het drinken van rauwe melk. Rauwe melk en zure zuivel zijn complete en volwaardige voeding, boordevol levensscheppende enzymen, probiotische bacteriën, mineralen, spoorelementen, aminozuren, chlorofyl, vet- en wateroplosbare vitamines, vitamine B12 en omega-3 vetzuren. Melk vervangt het bloed waarmee een kind wordt gevoed in de baarmoeder. Het wordt gemaakt uit bloed en heeft nagenoeg dezelfde samenstelling als bloed. Melk kan dus worden gezien als ‘wit bloed’.

In The Milk Book rekent William Campbell Douglass (1984) als volgt af met het melk-is-voor-baby’s-argument:

De mens is een van de weinige zoogdieren die slakken, rauwe mosselen en rauwe oesters eet. Hij is het enige zoogdier dat kreeft eet. De meeste zoogdieren zijn beperkt in hun voedselkeuzes door hun ecologische omstandigheden. Ze kunnen alleen eten wat de natuur hen biedt. De mens, met zijn mobiliteit en intelligentie, heeft een breed scala aan voedsel waar hij uit kan kiezen. De meeste zoogdieren zullen verse melk, als het ze aangeboden wordt, ook drinken en lekker vinden. Probeer het maar eens bij je kat.

Wat Douglass hier met zoveel woorden zegt, is dat als menig dier de intelligentie had gehad om aan melk te komen en daar voedzame producten van te maken, zoals boter en yoghurt, er veel meer soorten zouden zijn geweest die na de zoogperiode melk zouden blijven drinken. En dit geldt zelfs voor zogenaamde planteneters. Weston Price zag met eigen ogen hoe nomadische arabieren met kamelen en paarden door de Noord-Afrikaanse woestijn trokken, waarbij zowel de arabieren als hun paarden de barre trektocht in perfecte gezondheid wisten te overleven op de melk van de kamelen.
Sally Fallon, de oprichtster en voorzitter van de Amerikaanse Weston A. Price Foundation die het gedachtengoed van Weston Price hooghoudt, wist ternauwernood op foto vast te leggen hoe een eekhoorn ervandoor ging met boter die op de vensterbank van haar keuken stond met het raam open.

Als er één ding duidelijk is, dan is het wel dat mensen over de hele wereld een geweldig aanpassingsvermogen hebben om in praktisch elk leefgebied in hun voedselbehoefte te voorzien. De vroege mens was een opportunist en er is bijna niets wat groeit en bloeit op deze aarde wat niet op enig moment door een mens in zijn mond is gestopt. Het eten van vlees was een uitstekende manier om geconcentreerde energie binnen te krijgen, die in plantaardige vorm niet in dergelijke hoeveelheden zo makkelijk te verkrijgen was. Het was daarbij van belang om zo veel mogelijk vet te eten, want dat was nóg geconcentreerder als voedingsbron. Net als roofdieren wist de jagende mens immers niet of hij de volgende dag wel te eten zou hebben. Dit patroon wordt ‘feast or famine’ (feestmaaltijd of hongersnood, overvloed of schaarste) genoemd. Dit betekent eveneens dat de vroege mens niet deed aan kleine porties verdeeld over de dag of aan calorieën tellen.

voortplanting?

Door het eten van plantenetende dieren kreeg men tweedehands plantenvetten binnen. Roofdieren in de natuur beschouwen zelden of nooit elkaar als prooi, ze gaan voor de planteneters. Alles begint bij planten. De mens is hier opnieuw geen uitzondering op.

Een vleeseter heeft in de natuur vaak aan één maaltijd per dag genoeg, terwijl planteneters de hele dag moeten foerageren om aan voldoende voedingsstoffen te komen. Gemak diende ook hier de mens. Jagen lijkt meer energie te kosten dan verzamelen, maar de hele dag niets dan verzamelen om maar aan voldoende energie te komen kostte nog veel meer energie en leverde veel te weinig energie op. We zijn geen vegetariërs, we eten de vegetariërs!

Er is veel discussie over de menselijke snijtanden en waar ze voor dienen. De traditionele wetenschappelijke uitleg is dat de aanwezigheid van snijtanden in het menselijk gebit een duidelijk bewijs is van het feit dat de mens van oudsher naast een planteneter (herbivoor) ook een vleeseter (carnivoor) is. Vegetariërs brengen hier tegenin dat onze snijtanden niet half zo scherp zijn als die van vleesetende dieren en dat ze meer geschikt zijn om door de schil van bijvoorbeeld een appel heen te bijten.

Het lange en ingewikkelde darmstelsel van de mens vertoont eveneens meer overeenkomsten met planteners. Dit is een argument dat veelvuldig door vegetariërs en veganisten wordt gebruikt. Voor hen is daarmee aangetoond dat we wel degelijk planteneters zijn. Een ander argument dat vaak wordt aangehaald is dat vlees vanwege dat lange darmstelsel al halverwege verrot zou zijn voordat het goed en wel verteerd is.

Dit is een onwaarheid die niet ondersteund wordt door de vele observaties van natuurvolkeren die er door Weston Price en anderen zijn gedaan. Menige vegetariër zou willen dat hij op plantaardig voedsel een staat van gezondheid zou bereiken als deze volkeren lieten zien! Onder de vele natuurvolkeren die er wereldwijd geobserveerd en bestudeerd zijn was er geen enkel volk dat volledig veganistisch was, men ging altijd uit van een mix van plantaardig en dierlijk voedsel. Ons darmstelsel vertoont weliswaar meer overeenkomsten met planteneters dan met vleeseters, maar we hebben toch kortere darmen dan planteneters en weer langere darmen dan vleeseters.

Een argument onder veganisten is dat planteneters zweten en vleeseters hijgen. Zweten is veel efficiënter als warmteregulering van het lichaam omdat dit het dier in staat stelt langdurig te vluchten voor roofdieren. Roofdieren overhitten daarentegen heel snel en de enige manier waarop een roofdier zijn hitte kwijtraakt is door te stoppen met rennen en uit te hijgen. Mensen hebben de unieke eigenschap dat ze roofdieren zijn die zweten als plantenetende vluchtdieren.

Een andere aanwijzing is dat herbivoren alkalische urine hebben vanwege hun alkalische, plantaardige voeding, maar wij mensen niet. Onze nieren streven naar een licht zurige urine en zullen proberen de zuurgraad naar boven of naar beneden bij te stellen, al naar gelang wat nodig is op dat moment.

Ook hebben mensen maagzuur met een hogere zuurgraad (pH) dan plantenetende dieren. Het maagzuur van mensen komt daardoor meer overeen met dat van roofdieren.

Een populaire mythe die veganisten graag aanhouden is dat een gorilla, een van de sterkste dieren ter wereld, een veganist is. Wat de gorilla lijkt te laten zien is dat je met een voedselpatroon dat hoofdzakelijk bestaat uit plantaardige eiwitten en vetten een prachtig mooie spierbouw, kracht en uithoudingsvermogen kunt creëren. Hoofdzakelijk plantaardig, want een wilde gorilla wast zijn groente en fruit niet en krijgt dus wel degelijk de nodige insecten en insectenlarven binnen die op die planten zitten en daarmee zijn dierlijke eiwitten en vetten. Daarnaast heeft een gorilla een veel langer darmstelsel en een veel grotere maag dan wij mensen. In haar boek The Vegetarian Myth (2009) vergelijkt Leirre Keith gorilla’s met mensen op de volgende manier:

Gorilla’s zijn vegetariërs en ze hebben zowel het kleinste brein als het grootste spijsverteringskanaal van alle primaten. Wij zijn het tegenovergestelde.

Van de ‘vegetarische’ chimpansees is bekend dat ze actief jagen op insecten door bijvoorbeeld een stok in een mierenhoop te steken. Daarnaast jagen ze op kleinere dieren. Voor apen blijkt dus eveneens de combinatie van plantaardig en dierlijk voedsel perfect te zijn.

Dit geldt voor alle planteneters, zoals bijvoorbeeld runderen, paarden, geiten, schapen, giraffes en olifanten. Er bestaan geen pure planteneters in de natuur, want in en op de planten bevinden zich maar al te vaak insecten en andere kleine ‘meeëters’..

Andersom zie je dat er geen pure vleeseters bestaan. De vlees- en visetende beer, bijvoorbeeld, is een uitstekende kruidendokter. Veel van de kruidenleer van de Amerikaanse indianen was gebaseerd op het observeren van de plantaardige voedingsgewoontes van beren.

Een andere populaire mythe onder veganisten is dat er Indiase hindoes waren die probleemloos honderd procent plantaardig konden eten zonder een tekort aan vitamine B12, eiwittekort (een aandoening die ‘kwashiorkor’ wordt genoemd) en bloedarmoede, iets wat wel een groot risico is voor veganisten in het westen. Toen deze hindoestaanse inwoners van een voormalige Engelse kolonie echter in Engeland gingen wonen en daar hun veganistische voedselpatroon voortzetten, bleken ze dezelfde ziekteverschijnselen te ontwikkelen als andere veganistische westerlingen.

In India plukte men namelijk het plantenvoedsel rechtstreeks uit de bodem, schudde het zand er zoveel mogelijk af en at het dan op, waardoor deze veganisten wel degelijk kleine dierlijke bewoners en opruimers van de planten binnenkregen, net als hun plantenetende, dierlijke broeders in het wild. In Engeland zorgen de strenge voedseleisen er echter voor dat alle plantaardige voeding zorgvuldig gewassen wordt en juist ontdaan van beestjes, met alle gevolgen vandien voor deze veganistische hindoestanen. De hindoestanen aten bovendien in hun thuisland veel kokosproducten, een belangrijke voedingsbron in hun cultuur. Kokosvet is het meest verzadigde vet dat er bestaat en is een van de weinige plantaardige bronnen van verzadigd vet. In Engeland at men de daar gangbare plantaardige vetten, die vaak meervoudig onverzadigd, ranzig en zwaar bewerkt zijn, met alle gevolgen vandien.

Plantaardige eiwitten worden beter verteerd in combinatie met dierlijke eiwitten. Als ons eetpatroon voor een flink deel bestaat uit dierlijke, verzadigde vetten, hebben we minder plantaardige omega-3 en omega-6 vetten nodig.
De vetoplosbare vitamines (A, D, E en K) zijn het best opneembaar voor het menselijk lichaam in dierlijke vorm. Vitamine D komt bijvoorbeeld in planten voor als D2. Het dier zet dit om in D3, net als het K1 in planten omzet in K2. Zowel D3 als K2 zijn beter opneembaar voor het menselijk lichaam en ze komen veelvuldig voor in verzadigde vetten. Het is dus essentieel om volle, dierlijke vetten en eiwitten te eten.

Vegetariërs en veganisten halen vaak het argument aan dat betacaroteen, zoals bijvoorbeeld te vinden in wortels, een plantaardige vorm is van vitamine A. Dit is niet waar. Dit staat bekend als pro-vitamine A, omdat deze plantaardige vitamine je lichaam voorbereidt op de echte vitamine A in dierlijke vetten. Opnieuw een mooi voorbeeld van hoe plantaardig en dierlijk voedsel elkaar ondersteunt in de menselijke spijsvertering.

Hetzelfde geldt voor de lange-keten omega-3 vetzuren EPA en DHA. Net als het lastig is voor het menselijk lichaam om plantaardige vitamine A om te zetten in bruikbare, volwaardige vitamine A, zo is het haast ondoenlijk voor je lichaam om plantaardige omega-3 om te zetten in EPA en DHA. Deze vetzuren zijn echter wel van groot belang voor onder andere je hersenen en je ogen. Dieren zijn veel beter in staat tot deze omzetting en door deze dieren te eten krijg je deze volwaardige essentiële vitamines en vetzuren kant en klaar binnen. De levertraan van weleer, die naast EPA en DHA ook vitamine A en D bevat, was dus zo gek nog niet.

Nog een mythe die veganisten graag hooghouden, is dat vitamine B12 in een plantaardige variant te verkrijgen is in blauwgroene algen als bijvoorbeeld spirulina. Spirulina bevat inderdaad B12, maar in een analoge variant die niet alleen niet opneembaar is voor het menselijk lichaam, maar zelfs de opname van werkelijke B12 in dierlijke vorm kan bemoeilijken. Veganisten doen er goed aan hun B12 binnen te krijgen via bijvoorbeeld bijenproducten als honing. Maar ja, dat is weer van een dier.

Gras blijkt een favoriet gewas te zijn onder zowel planteneters als diereneters. Het is om die reden dat huisdieren als honden en katten gras eten wanneer ze de kans krijgen, naast hun blikvoer. In tegenstelling tot wat vaak gedacht wordt, doet een kat dit niet om haarballen uit te kunnen spugen maar om een mineralentekort aan te vullen, omdat het voer onvoldoende in deze behoefte voorziet. Gras is namelijk een gewas dat letterlijk alle mineralen in zich opneemt die in de bodem voorkomen. Daarnaast bevat gras voedende en immuunstimulerende chlorofyl en omega-3 vetzuren
Je kat of hond weet dit allemaal, zonder enige vorm van wetenschap. Als je kat of hond kort daarna overgeeft, komt dat omdat de goede stoffen in het gras de slechte stoffen eruit duwen. Heftige ontgifting dus, maar het dier is daarmee wel in één klap van het probleem af.

Lang voor de ‘wetenschap’ wisten wij mensen ook precies wat goed was voor ons, vanwege de sterke band met de natuur die we hadden. Er bestonden geen veganisten onder natuurvolkeren. Een goed voorbeeld is het drinken van rauwe melk van koeien, geiten, schapen, paarden, kamelen, yaks of andere zoogdieren. Deze grazers weten de voedingsstoffen in gras, een voor de mens beschikbare vorm van vloeibare en complete voeding, om te zetten in melk en vlees, zonder de onverteerbare grasvezels. We moeten deze dieren hiervoor zéér dankbaar zijn! Niet voor niets is de koe voor hindoestanen in India een heilig dier dat niet gedood en gegeten mag worden, maar waarvan de melk wel gebruikt mag worden voor menselijke consumptie.

Leirre Keith beschrijft in haar boek The Vegetarian Myth hoe grasetende prooidieren ons letterlijk slimmer hebben gemaakt:

We hebben werktuigen gemaakt om te nemen wat de graslanden ons boden: grote dieren boordevol voedingsstoffen, meer voedingsstoffen dan we ooit hadden gehoopt te kunnen vinden in fruit en bladeren. Het resultaat is dat je deze woorden kunt lezen. Onze hersenen zijn twee keer zo groot als ze zouden moeten zijn voor een primaat van onze omvang. Ondertussen is ons spijsverteringsstelsel 60 procent kleiner. Onze lichamen zijn gebouwd op voeding die rijk is aan voedingsstoffen.

Onder religieuze kringen werd veganisme vanwege de sterk zuiverende en reinigende eigenschappen van plantaardig voedsel gepromoot als het zuiveren en reinigen van je ‘zonden’. Het is absoluut een feit dat een plantaardig dieet kan bijdragen aan genezing van lichamelijke aandoeningen en heling op spiritueel gebied, iets wat ikzelf ook heb mogen ervaren. Therapeutisch heeft een dergelijk dieet zeker zijn nut, maar op de langere termijn leidt het onherroepelijk tot tekorten en lichamelijke en geestelijke schade.

Eén ding is zeker: de vele staaltjes van gezondheid en langlevendheid die onder diverse natuurvolkeren wereldwijd zijn waargenomen, waren niet toe te schrijven aan een veganistisch voedselpatroon. Weston Price is in zijn studies van natuurvolkeren geen enkel volk tegengekomen dat honderd procent plantaardig at. Dat was voor Price een beetje een teleurstelling, aangezien hij voorafgaand aan zijn onderzoek veronderstelde dat juist de vegetariërs het meest gezond zouden zijn. In zijn eigen woorden:

Het is van belang dat ik tot op heden geen enkele groep onder de primitieve rassen heb gevonden die uitstekende lichamen ontwikkelde en onderhield door volledig van plantaardig voedsel te leven. Een aantal groepen probeert dit te doen en mislukt hier duidelijk in.

Waar Price achter kwam, was dat de mens wel goed kan overleven op volledig dierlijk voedsel van de juiste kwaliteit, maar niet op uitsluitend plantaardige voeding, zelfs niet van de allerbeste kwaliteit. Wie onze evolutie negeert en toch veganistisch wil eten, verwijs ik bij wijze van waarschuwing naar het zeer verhelderende boek The Vegetarian Myth van Leirre Keith, die zichzelf twintig jaar stukje bij beetje afbrak op een veganistisch eetpatroon. Leirre Keith:

Na zes weken veganisme had ik mijn eerste ervaring met hypoglycemie, hoewel ik niet zou weten dat dit de benaming hiervoor was totdat achttien jaar voorbij waren gegaan en het mijn leven was geworden. Na drie maanden stopte ik met menstrueren, wat een aanwijzing had moeten zijn dat dit misschien niet zo’n goed idee was.

Geef mij vijf opeenvolgende generaties van veganisten die het perfect doen op deze voeding en dan geloof ik je. Leirre Keith begon al onvruchtbaarheidssymptomen te vertonen na drie maanden. Neem maar van mij aan dat die vijf veganistische generaties niet gehaald gaan worden, voor die tijd zijn ze allang uitgestorven. Er is namelijk geen enkele anatomische, evolutionaire of historische basis voor veganisme, anders dan een religieuze, en ook dat verschijnsel is relatief nieuw.

Dit heeft geleid tot de mythe dat veganisme ‘spiritueel’ zou zijn. Laat je niets wijsmaken over het feit dat het eten van vlees of andere dierlijk voedsel niet spiritueel zou zijn. Ik ken behoorlijk wat vegetariërs en veganisten die ernstig uit balans zijn en evenzoveel diep spirituele vlees- of viseters (er zitten zelfs rokers tussen!). De eerste hatemail die ik ontving was van een veganist, die een extreem agressieve en beledigende toon naar mij aansloeg vanwege een van mijn internetartikelen genaamd We zijn allemaal één, waarin ik verwees naar een Texaanse ex-belegger op Wall Street genaamd Ted Slanker die erachter kwam dat het geldsysteem was gebaseerd op gebakken lucht en zich toen ging richten op iets wat wél echt was, namelijk het houden van koeien die gras, klaver en kruiden eten (in het Amerikaans heet dit ‘grass-fed’, grasgevoerd).

Ik moet helaas constateren dat er onder veganisten het nodige voedselextremisme voorkomt. Als je ervoor kiest om geen dierlijk voedsel te eten uit respect voor de dieren, waarom houdt dat respect dan op voor mensen die andere keuzes maken? Hoeveel respect heb je dan werkelijk en gaat het dan niet gewoon om het ego van de persoon in plaats van liefde voor dieren?

Leirre Keith verwijst naar de geestelijke schade die een vetarm veganistisch voedselpatroon oplevert:

Zelfs veganisten praten over de ‘veganistische politie’. Geef toe dat je weet waar ik het over heb: agressief, star, een ultra-kort lontje en in een semi-constante staat van razernij. Dat is wat er gebeurt met een mens met hersenen die ontdaan zijn van eiwitten en vetten. Ik had een regelrechte paniekstoornis tegen de tijd dat ik ermee stopte en ik ben het grootste deel van mijn jeugd kwijtgeraakt aan het doffe, grijze niets van depressie. Woede was alles wat ik nog kon voelen, en voelen deed ik het, maar het was uitputtend. Wanneer de kleinste opgave onverklaarbaar overweldigend is, en de wereld een en al oppervlakkig, afstotend en vlak, dan vormt je zelf een kooi. Met de beste wil van de wereld valt deze niet te smelten, want het is een biologische realiteit. Vandaar de vette vreetbuien, de hunkeringen. Het zal alleen veranderen als de hersenen mogen consumeren wat ze nodig hebben.

En wat hebben die hersenen dan nodig, behalve dierlijke eiwitten en vetten? Een aminozuur genaamd tryptofaan, onder andere. Tryptofaan is verantwoordelijk voor de aanmaak van het ‘geluksstofje’ van de hersenen, de neurotransmitter serotonine. Leirre Keith:

Serotonine wordt gemaakt van het aminozuur tryptofaan. En er zijn geen goede plantaardige bronnen van tryptofaan. Bovendien doet alle tryptofaan in de wereld je geen goed zonder verzadigd vet, hetgeen nodig is om je neurotransmitters daadwerkelijk te laten transmitteren. Al die jaren van emotionele instorting waren geen persoonlijk falen; ze waren biochemisch, hoewel zelf toegebracht.

Dat haar verhaal niet op zich staat maar juist zeer typerend is, bewijst de uitstekende website beyondveg.com, waarop verhalen te lezen staan van ex-veganisten en -vegetariërs die zichzelf jarenlang mentaal en fysiek sloopten met dit eetpatroon.

Natuurvolkeren bezaten allemaal, zonder uitzondering, spirituele wijsheden, die we nu aan het herontdekken zijn en er was geen enkele veganist of vegetariër onder hen. De aloude sjamanen, of medicijnmannen, waren zonder uitzondering de meest geaarde personen van de gemeenschap. Logisch, want hoe hoger je reikt, hoe dieper je in de aarde geworteld moet zijn. En laat nu net dierlijke voeding ontzettend aardend zijn! Het zweverige, lichte gevoel dat je ervaart op alleen plantaardige voeding kan je opvatten als spiritueel, maar in werkelijkheid aard je niet meer, grond je niet meer.

Waarom denk je dat deze termen bestaan? Als alle energie naar boven gaat, verlies je de lagere voortplantingsfuncties en treedt er onvruchtbaarheid en gebrek aan sex-drive op. Dit bevordert het uitsterven van onze soort! Wat is daar zo spiritueel aan?

Voor natuurvolkeren ging het erom iets na te laten, zodat ze niet voor zichzelf leefden, maar voor hun nazaten. Je moet daarvoor je ‘lagere’ chakra’s voeden met dierlijk voedsel, want dat zorgt voor vruchtbaarheid en voortplanting. Werkelijke spriritualiteit is met beide benen op de grond staan en niet met je hoofd in de wolken. Het is beseffen dat leven zich voedt met ander leven in een natuurlijke kringloop, zo heeft de natuur dat geregeld. De mens is hier geen uitzondering op. Zelfs als je er een volledig plantaardig voedingspatroon op nahoudt, eet je een andere levensvorm. Ook planten leefden voordat je ze in je mond stopte.

Daarnaast worden er wel degelijk dieren gedood voor het produceren van plantaardig voedsel. muizen, mollen, vogels, insecten en bodemdieren zoals wormen leggen massaal het loodje bij het telen en oogsten van plantengewassen.
Het vegetarische argument dat diezelfde granen waar dieren mee worden gevoed ook hongerige mensenmonden kunnen worden gevoed gaat voorbij aan de prijs die moet worden betaald door ander leven.

De conclusie van Leirre Keith in haar boek The Vegetarian Myth laat wat dat betreft aan duidelijkheid weinig te wensen over:

Ik trek de vegetarische toewijding of integriteit niet in twijfel. Maar de vegetarische ethiek is als het erop aankomt nog steeds een variatie op het mechanistische model. Zij trekt simpelweg onze moraliteit, of deze nu humanistisch is of religieus, door naar een paar dieren die op ons lijken. De rest van de wereld – de levende, bezielde communicerende organismes die zuurstof en bodem, regen en biomassa maken – deze miljarden wezens tellen niet mee. Ze vormen leven en zijn leven, maar de vegetarische ethiek verklaart ze, en daarmee de volledige wereld, tot dode materie. Ondanks het onbetwistbare verlangen van vegetariërs om een cultuur te creëren die vervuld is van rechtvaardigheid en medeleven is hun ethiek nog steeds onderdeel van het model dat de wereld vernietigt.

Ook vergeten vegetariërs dat planten zelf eveneens bestaan van andere levensvormen, evenals het bodemleven dat de plantgroei mogelijk maakt. Er is geen organisme op deze wereld dat niet een kant-en-klaar hapje vol eiwitten, vetten en calcium aan zich voorbij laat gaan, ook planten niet. En als onze tijd gekomen is, dienen wij weer als voedsel voor de bodem en planten en vervullen ook wij onze rol in de kringloop van leven en dood. Leirre Keith haalt in haar boek The Vegetarian Myth een veelzeggend voorbeeld aan van een appelboom die in de nabijheid van graven op een kerkhof groeide. Men kwam erachter dat de wortels van deze boom tot in de graven reikten en de vorm van menselijke skeletten aan hadden genomen, terwijl er geen spoor meer van de oorspronkelijke botten over was. De conclusie is onontkomelijk: de boom at de mensen op!

Dit citaat uit The Vegetarian Myth vat de kringloop van de natuur op een prachtige manier samen:

Er bestaat een wederzijdse relatie tussen dier en plant: een van roofdier en prooi, todat de prooi het roofdier wordt. Het zijn slechts onze pogingen om ons uit deze cyclus te onttrekken die ervoor zorgen dat deze vernietigd wordt.

Verderop schrijft Keith:

Elke poging om onszelf emotioneel, fysiek, spiritueel te verwijderen van de levensprocessen van deze planeet zal uitmonden in een cultuur gebaseerd op onwetendheid, ontkenningsgedrag en, gezien ons vermogen om te vernietigen, dominantie. We zouden dankbaar kunnen zijn in plaats van wreed, bescheiden in plaats van te denken dat we overal recht op hebben. We zouden kunnen accepteren dat elke vorm van leven ons respect verdient en dat we elkaar allemaal aflossen.

Bedenk dat natuurvolkeren de dieren niet alleen doodden voor hun vlees maar letterlijk alles van het dier gebruikten voor diverse toepassingen. Vanuit een werkelijk spirituele blik, waarin je beseft dat dood tot leven leidt en andersom, is dit opoffering. De Amerikaanse indianen beseften dit door middel van dankzegging voor elk dier dat hen tot voeding diende. Ze maakten ook tabaksoffers voor voeding die het bos hen gaf. Deze indianen zagen in dat zowel de plant als het dier een offer brachten om hen te voeden, te kleden en van allerlei andere toepassingen te voorzien. Als dat niet spiritueel is, dan weet ik het niet meer.

konijnenvoer of warme hap?

Momenteel wint het eten van uitsluitend rauw voedsel aan populariteit. Triomfantelijk halen zogeheten ‘raw foodists’ een studie aan uit de jaren 1920 van de Zwitserse dokter Paul Kouchakoff, die aantoonde dat het eten van gekookt voedsel een toename van witte bloedcellen teweegbrengt. Kouchakoff constateerde dat dit fenomeen, dat ‘leukocytose’ wordt genoemd, optrad bij een temperatuur tussen de 68 en 88 graden celcius, afhankelijk van het soort voedsel dat verhit werd. Daarom stond Kouchakoff het eten van rauw voedsel samen met gekookt voedsel voor om de leukocytose tegen te gaan. Zijn bevindingen worden echter gebruikt om aan te tonen dat gekookt eten per definitie gif is en de aanmaak van witte bloedlichaampjes een immuunreactie op dit gif.

Hoewel de bevindingen van Kouchakoff niet ter discussie staan en we dankzij hem weten wat de korte-termijnreactie van het lichaam is op verhitte voeding, blijft de vraag wat de reactie is op de wat langere termijn. Van alle natuurvolkeren aten de eskimo’s het meest rauw, maar zelfs zij kookten nog sommige voedingsmiddelen. In tropische gebieden werd ook door natuurvolkeren gekookt, terwijl daar, gezien het warme klimaat, geen noodzaak voor was. Deze mensen hadden allemaal een absurd goede gezondheid. Zo ‘giftig’ was al dat gekookte eten dus kennelijk niet.

Ik onderstreep absoluut het belang van rauwe voeding als onderdeel van een evenwichtig voedingspatroon, maar dit betekent niet dat je daar dogmatisch in hoeft te zijn. Dogma’s hebben we al genoeg op de wereld en het laatste waar we behoefte aan hebben is voedselextremisme onder het mom van ‘gezondheid’.

Zelf houd ik heel erg van koken en ik heb ervaringen met zelfgemaakte door mij en door anderen gekookte maaltijden die ik maar met één woord kan omschrijven: orgastronomisch! Iets wat niet alleen vult maar vooral vervult, kan simpelweg niet verkeerd zijn! Hoewel rauwe maaltijden ook erg lekker kunnen zijn, heb ik daarmee nooit een dergelijke hemelse ervaring gehad, waardoor ik elk besef van tijd en plaats verloor. Alleen al de geuren die vrijkomen bij goed bereid voedsel!

Vlees en zuivel bevatten nagenoeg geen vezels. Plantaardige voeding bevat wel een vezel genaamd cellulose, een behoorlijk lastig te verteren substantie die de darmwand flink kan irriteren. In deze cellulose zitten mineralen en andere positieve plantenstoffen opgesloten. Zolang deze vezel niet wordt gebroken door middel van verhitting, zal het menselijk lichaam deze beschouwen als onverteerbaar afval en via de ontlasting afvoeren, inclusief de voedingsstoffen in de cellulose. En de raw foodists maar beweren dat rauw voedsel ‘levend’ voedsel zou zijn. Ondertussen kwijnen ze weg door een tekort aan voedingsstoffen die juist in rauwe vorm niet of nauwelijks verteerbaar en opneembaar zijn.

Dit is ook waarom groenten traditioneel gekookt worden, met name de dikke, leerachtige planten in de koolfamilie.
In tegenstelling tot wat vegetariërs, veganisten en raw foodists beweren, zijn vlees en zuivel door het uitblijven van vezels juist makkelijker om te verteren en zijn planten moeilijker te verteren, vooral rauwe plantenvoeding. De gangbare ‘wijsheid’ is dat plantenvezels een goede stoelgang bevorderen, maar de afvoer van onverteerbaar plantaardig materiaal geeft slechts de illusie van een goede stoelgang. Als iedereen eens een week een vezelarm dieet zou volgen, is mijn voorspelling dat er een epidemie van verstopping zou optreden!

Rauwe plantaardige voeding bevat eveneens giftige afweerstoffen waarmee de plant zich beschermt, zoals tannine en oxaalzuur of fytinezuur in granen, bonen, zaden, peulvruchten en noten. Opnieuw zien we hier een noodzaak voor het koken van bepaalde voedselsoorten.

homo carnivorus ethicus

Volgens de wetenschap wordt de mens ingedeeld in de dierencategorie, waarbij de mens bovenaan de evolutionaire keten staat, het hoogste dier dus. De religie ziet de mens als een goddelijke schepping, geschapen in het evenbeeld van de Schepper, die los staat van het dierenrijk.

Het feit dat we een volkomen unieke spijsvertering hebben die zich niet honderd procent laat vergelijken met plantenetende, noch vleesetende dieren,  het feit dat we een brein hebben gekregen dat ons in staat stelt om gedachten te maken waarmee we onze eigen werkelijkheid en bewustzijn kunnen creëren en de daaraan gekoppelde vrije wil om hier goed of slecht mee om te gaan, maakt ons inderdaad tot een unieke schepping van de natuur. Een schepping die zelf ook tot schepping in staat is. Of vernietiging, al naar gelang de keuzes die we maken met onze vrije wil. De mens beschikt over een goddelijke macht en kracht en is GEEN dier. De hindoes verwoorden het als volgt: God slaapt in de stenen, ademt in de planten, droomt in de dieren en wordt wakker in mensen.

Afhankelijk van waar op de aardbol de mens zich bevond, was hij zowel een planteneter als een aaseter, een vleeseter, een eiereneter of een vis- en schaaldiereneter. Dat is ook exact wat onder natuurvolkeren is waargenomen.
Je kunt je voorstellen dat er in ecosystemen waar driekwart jaar voldoende groenvoer aanwezig was maar in de winter niet omdat de vorst dan alles bedekte, er met name in het koude seizoen een noodzaak was om te jagen en op die manier de winter door te komen. Vlees is een geconcentreerde energiebron en de vetten houden je warm tijdens de winter. Vraag dat maar eens aan een pinguin op de zuidpool!

De meest extreme vlees- en viseters bevinden zich dan ook in koude klimaten, zoals de eskimo’s waarvan het eetpatroon kon bestaan uit tot wel tachtig procent rauwe, dierlijke vetten en eiwitten en niet of nauwelijks koolhydraten.
Interessant om te zien is dat er essentiële vetzuren en aminozuren zijn (voorlopers van eiwitten), maar geen essentiële koolhydraten.

Aangezien koolhydraten afkomstig zijn uit plantaardig voedsel en deze niet essentieel zijn in voedselwetenschappelijke zin, wat betekent dat ze niet door het lichaam zelf kunnen worden aangemaakt en dus uit voedsel afkomstig moeten zijn, is plantaardige voeding dus niet essentieel.

Het voedingspatroon van de eskimo’s bewijst dat je perfect kunt overleven op dierlijke voeding. Andersom zijn veganisten gedoemd uit te sterven door voedingstekorten. Dit is een evolutionair feit waar geen enkel mens omheen kan. Dierlijk vet en dierlijke eiwitten zijn onder alle volkeren altijd een belangrijke bron van energie geweest. Dit gold ook voor natuurvolkeren die leefden van de landbouw, zelfs als ze koolhydraatrijke gewassen verbouwden als granen. Naast hun zelfverbouwde plantaardige voedsel leefden zij immers van zuivel en vlees van vee.

Vegetariërs en veganisten hebben terecht een probleem met de hedendaagse intensieve veehouderij en bioindustrie, alleen om ons van veel en goedkoop vlees te voorzien. Ze voeren vaak aan dat er op deze manier gigantisch veel land en water verspild wordt dat ook gebruikt kan worden om bijvoorbeeld granen te verbouwen die een veel grotere groep mensen kan voeden met veel minder kosten en minder verspilling. Ze gaan hierbij echter voorbij aan het feit dat we de afgelopen 10.000 jaar gemengde boerenbedrijven hebben gehad, waar zowel plantaardige gewassen werden geteeld als dieren werden gehouden. Tot aan de Tweede Wereldoorlog was dit in Nederland nog het geval. De mest van de dieren werd gebruikt om het land vruchtbaarder te maken. Sterker nog, met deze mest kon schraal land weer vruchtbaar gemaakt worden en uiteindelijk meerdere oogsten per jaar behaald worden, iets wat met het uitsluitend telen van planten niet zo snel en makkelijk mogelijk is.

Daarnaast bestaat er ook zoiets als een intensieve plantenteelt, waarbij monoculturen de boventoon voeren. Als je jaar na jaar uitsluitend dezelfde gewassen verbouwt, put je de bodem uit en creëer je uiteindelijk onvruchtbare woestijngrond, ook als je biologisch teelt. De onvruchtbare zandbak die het midden-oosten nu is, tegenover de Vruchtbare Sikkel die het ooit was bewijst dit. Wie niet leert van de geschiedenis is gedoemd haar te herhalen.

In de vegetarische realiteit zijn er maar twee keuzes: of we houden dieren in grote concentratiekampen, wat met ongelooflijk veel dierenleed gepaard gaat, of je wordt een ‘ethische’ planteneter. Met geen woord wordt in die kringen gesproken over een derde optie, een die gebaseerd is op een wereldwijde, lange traditie, namelijk die van ethisch carnivorisme. Wat is er mis mee om de dogma’s te ontstijgen en de mens te zien als een ethische carnivoor: homo carnivorus ethicus?

De waarheid ligt letterlijk in het midden: we moeten terug naar de aloude kleinschalige gemengde boerderijen.
Maar, hoor ik vaak als tegenargument, dan kun je de wereldbevolking niet op grote schaal voeden. Het tegendeel is waar. Als wij weer volledige en volwaardige voeding leren eten en ons lichaam werkelijk voeden in plaats van vullen, is er minder voedsel nodig om meer mensen te voeden vanwege de hoge voedingswaarde.

Modern voedsel is drugs: het stimuleert alleen en voedt niet – sterker nog, het berooft je van essentiële stoffen waardoor je uitgehongerd wordt, ook al eet je nog zo veel. Je hebt hierdoor alsmaar meer voedsel nodig dat alsmaar minder voedingswaarde heeft. Het is de grootschaligheid die neerkomt op niets anders dan de uitbuiting van land, plant, dier en mens, waardoor er uiteindelijk alsmaar minder overblijft voor ons allemaal. Tekorten worden kunstmatig in het leven geroepen en dienen uitsluitend de financiële belangen van diegenen bij wie alle inkomsten terechtkomen via een zorgvuldig gecreëerd trechtersysteem.

We moeten weer letterlijk de boer op. Een veelvoud aan biologische of biologisch-dynamische gemengde boerderijen met een eigen boerderijwinkel en boerenmarkten maken het mogelijk dat ons goede geld niet naar de grote voedselfabrikanten en de supermarktketens gaat. We kopen dan onze levensmiddelen weer lokaal en in het seizoen kopen en maken daarmee als consument weer onderdeel uit van een lokale kringloop.

Rudolf-Steiner1Op de gemengde boerderij wordt er niets verspild. De dieren leveren gezonde en vruchtbare mest die de plantenteelt ondersteunt en zijn daarnaast een goede bron van vlees en zuivel. Niet voor niets was Rudolf Steiner met zijn biologisch-dynamische landbouwvisie een voorstander van een gemengd boerenbedrijf waarbij je een ecosysteem hebt met de mens als spil. We moeten terug naar onze traditionele waarden als we de aarde en onszelf willen redden. Dat geldt zeker ook voor ons voedsel.

Dit betekent onder andere een herwaardering voor gezondmakende vetten. Dierlijke, verzadigde vetten, welteverstaan. Eet dus met een gerust hart elke dag alsof het kerstmis is! En, over het hart gesproken, daar hoef je ook niet bang voor te zijn. Waarom denk je dat dit soort voedsel ‘hartig’ wordt genoemd? Als onze voorouders naar het Voedingscentrum of naar de vegetariërs hadden geluisterd, hadden wij hier helemaal niet gezeten!