De mens is GEEN dier!

Om de menselijke evolutie beter te begrijpen, moeten we eerst kijken naar de ontwikkelingsstadia van alle levende organismes op aarde, vanaf het prille begin tot nu. Als het gaat om leven op aarde is namelijk niets los te zien van elkaar. Deze evolutie is als volgt verlopen: eerst eencelligen, daarna planten en bomen, daarna dieren en ten slotte de mens. Hoe hoger de evolutie verloopt, hoe meer informatie van alle voorgaande stadia in het complexere organisme aanwezig zullen zijn, omdat de nieuwe stadia voortborduren op de oudere stadia. Planten en bomen bevatten dus evolutionaire informatie afkomstig van eencelligen, maar we beschouwen ze wel als afzonderlijke organismes. Dieren bevatten weer informatie afkomstig van eencelligen en planten en bomen, maar we zullen dieren nooit rangschikken onder de categorie ‘bomen en planten’. Menselijke cellen bevatten weer informatie van alle voorgaande stadia, dus ook van dieren, maar waarom worden wij mensen dan hardnekkig ingedeeld in het voorgaande evolutionaire stadium van de dierenwereld? We zijn een APARTE soort, punt!

Het mooie van dit systeem is dat we onszelf kunnen voeden met dierlijke voeding en helen met planten, omdat ons DNA dit herkent als zijnde voorgaande stadia van de evolutie. Ons DNA bevat immers informatie van planten en bomen en van dieren, maar daarmee ZIJN we dat nog niet! Bij kanker zien we dat menselijke, complexe cellen terug kunnen gaan in de evolutie naar een periode toen de mens er nog niet was, nl. het plantenstadium. Uiteindelijk kunnen onze cellen helemaal teruggaan naar het stadium van de eencelligen, maar we noemen onszelf toch ook geen platworm? Maar goed, we lijken daar dan ook niet op. Alleen maar omdat we LIJKEN op primaten ZIJN we dit nog niet! Het DNA van chimpansees komt voor 98% overeen met dat van ons mensen. Dat lijkt een indrukwekkend argument voor de mens als ‘ontwikkelde aap’. Totdat je beseft dat ons bloed een mineralensamenstelling hoort te hebben die voor diezelfde 98% overeenkomt met zeewater. En dat chlorofyl in planten voor diezelfde 98% overeenkomt met hemoglobine in onze rode bloedcellen. Maar we lijken voor geen meter op zeewater of planten en dus kunnen ze ons niet wijsmaken dat we niets meer zijn dan een ontwikkelde plas water of een ontwikkelde struik!

Verantwoordelijk voor de hardnekkige gedachte dat de mens een ‘rational animal’ zou zijn, is het darwinisme. Het darwinisme gaat uit van een doods universum, dat het gevolg is van louter toeval. Alles draait om competitie, concurrentie, strijd, conflict, ‘recht van de sterkste’, elk organisme is zelfzuchtig en roofzuchtig, niets heeft zin, we zijn allemaal toevallige toeristen hier op deze aardbol zonder enig doel of zingeving, het is eten of gegeten worden. Dit is de basis geworden van de moderne academische wetenschap, die hierdoor niet gezien moet worden als de allerhoogste vorm van kennis maar als een teken van krankzinnigheid. Deze angstaanjagende en barbaarse visie, gebaseerd op kennis zonder wijsheid, levert ons namelijk existentiële angst op, angst voor het leven, angst om te bestaan, en geeft ons het gevoel dat we niets waard zijn, dat we er niet toe doen.

Als het nu zou kloppen, dan zullen we het met deze realiteit moeten doen. Er is echter wel degelijk sprake van wat ‘Intelligent Design’ (Intelligent Ontwerp) wordt genoemd. Het beste bewijs is wel dat er geen zogeheten ‘missing links’ (ontbrekende schakels) bestaan in de fossielen die gevonden zijn en worden. Telkens weer blijken er ineens volledig ontwikkelde soorten te zijn. Darwin vertelde een halve waarheid toen hij uitging van het feit dat soorten moeten evolueren om zich aan te passen aan veranderende omstandigheden, zoals bijvoorbeeld klimaatveranderingen. Deze aanpassing is plotseling, spontaan en volledig, er is geen langzame evolutie op basis van toeval en het recht van de sterkste. Bovendien getuigt de aanpassing van de soorten van een dermate grote perfectie en intelligentie dat we wel moeten concluderen dat er zoiets als een intelligent ontwerp bestaat.

Neem het DNA van soorten, zoals het menselijk DNA. Volgens de darwinistische evolutietheorie zoals ons deze op school wordt geleerd, stammen we af van de apen. Er is echter opnieuw één probleem met deze theorie: er is geen tussenvorm gevonden, een aapmens. De mummie die ‘Lucy’ werd genoemd bleek nep te zijn, een samenraapsel van botten die op diverse plekken zijn gevonden, inclusief niet-menselijke botten. Dit geeft aan hoe ver wetenschappers bereid zijn te gaan om toch maar vooral bestaande aannames bevestigd te zien.

Bovendien is de onderliggende boodschap dat we eigenlijk niets meer zijn dan ontwikkelde apen. Het lijkt allemaal zo logisch, want apen lijken in zoveel opzichten op mensen, nietwaar? Als je echter het DNA-materiaal gaat bekijken van bijvoorbeeld schimmels, varkens, muizen en zelfs komkommers vind je ook verdacht veel overeenkomsten met mensen en daar lijken we toch echt niet op.

Zoals eerder gezegd komt ons bloed voor 98 procent overeen  met zeewater en met chlorofyl (bladgroen).  Kennelijk vertonen we ook verwantschap met de zee en met planten. Dus waar komen wij nou vandaan: apen, de zee of planten? En hoe kan het dan plantaardige en dierlijke voeding en kruiden ons al die eeuwen lang in goede gezondheid hebben gehouden? Omdat deze overeenkomsten vertonen met ons DNA wellicht? Dit verklaart meteen ook waarom veel nieuwe chemische verbindingen die we de afgelopen 100 jaar hebben gecreëerd, waaronder stoffen die in onze voeding en medicijnen zitten, het tegenovergestelde doen. Deze zitten niet in ons DNA en gaan er dus als regelrechte stoorzenders tegenin.

Einstein zei ooit dat God niet dobbelt. Misschien niet, maar hij scrabblet wel! DNA wordt uitgedrukt in vier Letters: G, C, A en T. Binnen één enkele soort zijn er al ontelbare en unieke varianten op deze code mogelijk, maar als je kijkt naar verschilende soorten die ogenschijnlijk niets met elkaar te maken hebben, zie je eveneens minimale variaties afkomstig van hetzelfde basisontwerp. Zo zien alle embryo’s van diverse soorten er identiek uit en zijn de vrouwelijke vagina en het mannelijke scotum gespeigelde versie van elkaar. Het is alsof God compleet nieuwe variaties schept door slechts één letter op een andere plek te zetten!

De huidige theorieën kloppen niet, we moeten tot een hele andere conclusie komen: er is een soort basiscode of basistaal waarin alle levensvormen geschreven zijn, waarbij minimale variaties kunnen leiden tot een geheel andere soort. Dit fenomeen wordt ‘epigenetisch’ genoemd, wat zoiets als ‘buitengenetisch’ of ‘bovengenetisch’ betekent. Er is dus iets wat de genen overstijgt.

Alles wijst op het ontstaan van volledige, onafhankelijk van elkaar ontwikkelde soorten en dus geen natuurlijke overgangen van de ene soort naar de andere. Alleen binnen een bepaalde soort zijn er evolutionaire overgangsvormen mogelijk, maar nooit van de ene soort (aap) naar de andere (mens). Dat zou ook helemaal in tegenspraak zijn met het recht van de sterkste waar Darwin vanuit ging, want juist zo’n tussenvorm zou extreem zwak en kwetsbaar zijn omdat deze nog niet volledig ontwikkeld is en dus allesbehalve het recht van de sterkste kan hebben.

Ons wordt verteld dat nadat de mammoet uitstierf we er de olifant voor terug hebben gekregen. Het ontwerp ‘olifant’ had immers meer overlevingskansen. Zo ook met de sabeltandtijger, die plaats heeft moeten maken voor de gewone tijger. We hebben ook allang geen dinosaurussen meer maar wel bijvoorbeeld veel kleinere hagedissen. Al deze illustere voorgangers zijn er niet meer en we hebben alleen nog maar nieuwe, verbeterde soorten. Als de mens een verbetering zou zijn op het ontwerp dat ‘aap’ heet, waarom zijn er dan nog steeds apen?

En waarom zien een zeepaard en een paard op het land er soortgelijk uit? Of een zeespin en een gewone spin. Waarom is brandnetelgif min of meer hetzelfde als bijengif, terwijl brandnetels en bijen in de verste verte niet op elkaar lijken? Wat te denken van de volgende voorbeelden die Piet Vroon aanhaalt in Tranen van de krokodil?

 

Het patroon van bliksem in de lucht is gelijkvormig aan het spoor dat een scheut bessensap in een kom yoghurt trekt; de route van water door een koffiefilter is nauwelijks te onderscheiden van het uit elkaar kringelen van tabaksrook; de manier waarop zink zich afzet op een elektrode lijkt sterk op de vorm van een luchtbel in glycerine, enz.

 

Dat het leven bestaat uit één gemeenschappelijke code zie je ook terug in wat de ‘Gulden Snede’ genoemd wordt, die wiskundig uitgedrukt wordt in het getal phi (1,618033988749894848204586834365638117720309180) en uitgesproken wordt als ‘fie’. De Gulden Snede komt overal in de hele natuur voor, op aarde en daarbuiten, en kan zich uiten in zowel een binnenwaartse als buitenwaartse spiraal. ‘Phi’ is ook de basis van ‘fysica’, wat een veel beter woord is dan ‘scheikunde’, omdat het laatste uitgaat van de kunde van het scheiden van elementen, terwijl het eerste juist uitgaat van één en hetzelfde wiskundige principe. Wiskunde is het instrument waarmee de mens het dichtst in de buurt komt van het uitdrukken van de universele taal van waaruit alle leven is opgebouwd, omdat wiskunde eveneens een universele taal is. Alles wat met materie te maken heeft, wordt ‘fysiek’ genoemd, waarin we weer ‘phi’ zien terugkomen.

Is het niet veel logischer dat er een scheppende levensintelligentie aan het werk is die ‘schrijft’ met een en dezelfde taal in plaats van een ontwikkeling van soorten door toeval en concurrentie? Dit soort denkfouten komt voort uit een primitieve ‘wetenschap’ die niet uitgaat van de bezieling en intelligentie van het leven.

De mens heeft een slordige 30.000 genen. Dat is niet veel meer dan de 20.000 van een fruitvlieg. Er bestaan zelfs onkruiden met 26.000 genen en een rijstkorrel heeft er bijna 50.000! Dit was een grote teleurstelling voor de onderzoekers die deelnamen aan het Human Genome Project, dat erop gericht was om het menselijke DNA in kaart te brengen. Deze gingen ervan uit dat de ruim 100.000 eiwitten in het menselijk lichaam geproduceerd werden door een even groot aantal genen. Nu weten we dat er samenwerking plaatsvindt tussen genen en dat dit de reden is waarom er maar eenderde van dat aantal nodig is voor de bouw van een mensenlichaam.

dnaEn het wordt nog mooier: slechts twee procent van ons DNA is verantwoordelijk voor de totstandkoming van ons fysieke lichaam. Geheel arrogant doen de materialistische en mechanistische ‘wetenschappers’ de overige 98% af als ‘junk-DNA’. Je bedoelt te zeggen dat God ons per ongeluk een DNA-capaciteit van 100% heeft gegeven? Dit is de arrogantie ten top!

Het gaat zelfs nog veel verder dan DNA alleen.  Vraag jezelf eens af hoe het kan dat de afstand van onze planeet ten opzichte van de zon precies goed is om het leven van al die uiteenlopende organismes op de aarde te ondersteunen. Of hoe het kan dat de afmeting van de zon en de maan exact hetzelfde zijn, te zien als ze elkaar bedekken bij een volledige zons- of maansverduistering. Toeval? Recht van de sterkste? Ik wist niet dat planeten ook al met elkaar concurreerden. Kennelijk eindigde de strijd tussen de zon en maan in een gelijkspel.

Ook wij bezitten bezielde, intelligentie en scheppende krachten. Had de wereld maar geluisterd naar de Fransman Jean Baptiste de Lamarck die nog vóór Darwin met zijn eigen evolutietheorie kwam. Het grote verschil met Darwin is dat Lamarck van mening was dat het de omgeving is die verantwoordelijk is voor veranderingen in de cellen en dat deze ook erfelijk kunnen zijn. Dit betekent dat je weliswaar erfelijk belast kan zijn maar tegelijkertijd controle kunt uitoefenen op je genen door je omgeving positief te beïnvloeden met gebruikmaking van de juiste voeding en gedachten. Lamarcks ideeën werden zonder meer aan de kant gezet en hij stierf straatarm.

Darwin_restored2Overigens kwam Darwin zelf op zijn oude dag nog tot bezinning, maar toen was het al te laat. Uit het boek Spontaneous Evolution van Bruce Lipton (mijn vertaling:

Aan het eind van zijn leven nam Darwin afstand van academisch darwinisme. In plaats van de nadruk te leggen op overleving en strijd, richtte Darwin zijn aandacht opnieuw op de evolutie van liefde, altruïsme en de genetische wortels van menselijke vriendelijkheid. Daarnaast ging Darwin geloof hechten aan de ideeën van Lamarck over de omgeving als de drijvende kracht achter de evolutie. Helaas beschouwden Darwins volgelingen zijn nieuwe ideeën als ondermijnend voor alles waar Darwin voor was komen te staan. De darwinisten bleven dan ook simpelweg vasthouden aan hun versie van de theorie en deden zijn latere ideeën af als het gevolg van zijn sluipende seniliteit.